De Denali is de hoogste berg van Noord-Amerika, één van de 7 Summits en staat bekend als de koudste berg op aarde. Het zal dus duidelijk zijn dat het beklimmen van die berg een flinke uitdaging is! De consensus tussen mensen die alle 7 Summits beklommen hebben, is zelfs dat de beklimming van de Denali aanzienlijk zwaarder is dan die van Mount Everest, dus dat zegt wel wat. Dat de Denali zwaarder is dan Mt. Everest zit hem vooral in de logistiek en het wel of niet krijgen van hulp van sherpa's.
Overigens ligt de uitdaging om de 7 Summits te beklimmen voor veel mensen niet eens in de fysieke zwaarte of de technische moeilijkheid, maar eerder in het vinden van de tijd en de financiële middelen. Alles bij elkaar is er al snel ca. € 140.000 - 170.000,- nodig om ze allemaal te beklimmen, afhankelijk van welke service, luxe en aanbieder je kiest
Mijn doel: De 7 Summits gidsen als berggids
Mijn persoonlijke uitdaging begon een jaar of vijf geleden al. Omdat de 7 Summits voor een gids die zonder klanten privé de berg beklimt, met alle respect, niet al te moeilijk zijn, werd het doel gesteld om ze allemaal te gidsen. Ondanks dat het beklimmen van bergen als de Denali voor een gids natuurlijk ook gewoon fysiek zwaar is, leek het begeleiden van mensen naar al deze bergen een mooiere uitdaging. Als gids is er immers geen tijd en ruimte om bezig te zijn met hoe zwaar je het zelf hebt, omdat de focus continu op het welzijn van de deelnemers ligt. De echte uitdaging zit hem met name in het maken van tactische keuzes om de expeditie zo veilig mogelijk te houden, de deelnemers zo fit mogelijk te houden en tegelijkertijd de topkansen zo groot mogelijk te maken.
Daarbij kwam dat de financiële middelen ontbraken om al die expedities zelf te betalen. Mocht dat geld er wel zijn geweest, dan waren er voor mij nog een hele hoop andere mooie bergen te bedenken die een stuk rustiger en misschien wel mooier zijn. Het gidsen van de 7 Summits kostte in ieder geval geen geld, maar leverde wat op:) Al viel dat opleveren in de praktijk nog vies tegen: meestal kwam het erop neer nét uit de kosten te zijn. Maar goed, op die manier kon ik wel 'gratis' een groot deel van de aardbol bekijken en dat was het zeker waard!
Een Nederlandstalig team voor de Denali
Om te gidsen waren er natuurlijk ook deelnemers nodig en het duurde even om die te vinden. Daarbij was de wens om met een volledig Nederlandstalig team die kant op te gaan. Na een jaar of vijf was de eerste uitdaging gelukt: er was een team van 6 Nederlanders en 2 Belgen gevonden, dus let's go!
De juridische uitdaging: De meerwaarde van een eigen gids op de Denali
De volgende uitdaging was dat gidsen op de Denali, juridisch gezien, niet zomaar mocht. Dus daar ging het doel, zo leek het... Maar waar een wil is, is een weg. Door in mogelijkheden te denken en contact te zoeken met wat lokale partijen, bleek dat een samenwerking met Amerikaanse gidsen onder de officiële titel van 'translator' wel mogelijk was. Op papier mee als translator, maar in de praktijk fungeerde dit als de rol van strategisch expeditieleider: kijken naar het grotere geheel, de topkansen van het team bewaken en bijsturen waar de lokale gidsen puur op hun vaste defensieve draaiboek vertrouwden.
Vergelijking van lokale Denali-aanbieders
Er zijn 7 verschillende lokale aanbieders en die organiseren Denali grofweg allemaal op dezelfde manier, maar the devil is in the details. Na een paar uur googelen (dit was nog het pre-AI-tijdperk) was er een flinke Excel-sheet paraat met alle verschillen tussen de lokale aanbieders. Het belangrijkste verschil bleek in de gidsenratio te zitten.
- Sommige aanbieders stuurden 2 lokale gidsen per deelnemer mee en sommige 3.
- Op de website is dat zo'n klein verschil dat er snel overheen gelezen wordt, maar qua topkansen maakt het een enorm verschil, vooral als er deelnemers moeten omkeren!
- Als er 1 deelnemer afhaakt, moeten er bij een gidsenratio van 1:3 ook 2 andere deelnemers omdraaien en dat is nogal wat als er $ 12.000,- betaald is.
Dat maakte de keuze makkelijker, want daarmee vielen 4 van de 7 aanbieders al af. Door mijn eigen aanwezigheid werden de 8 deelnemers uiteindelijk begeleid door 4 lokale gidsen plus een UIAGM internationaal erkende berggids. Uiteindelijk bleken de lokale partijen op 18 punten te verschillen. Na verschillende videocalls, waarin ook de 'klik' met de lokale partij bevestigd werd, was de keuze duidelijk! Wil jij de Excel ontvangen met de 18 verschillen en ben je benieuwd met welke partij er op pad werd gegaan? Stuur dan een mail naar jelle@jellestaleman!
Grondige voorbereiding en pre-acclimatisatie
Onder het motto 'voorkomen is beter dan genezen' moest ik de kans dat iemand om zou moeten draaien minmaliseren en de meeste invloed konden we daarop uitoefenen in de voorbereiding. Tijdens de voorbereidingsdag in Nederland kwam het volgende aan bod:
- Teambuilding: Meeting met alle teamleden
- Materiaalkennis: Zeer uitgebreide uitleg over de uitrusting, zie hier de paklijst
- Sledetraining: Deelnemers ontvingen exact dezelfde slede als waarmee op de Denali op pad zou worden gegaan. De Nederlandse duinen zijn het perfecte terrein om te trainen voor de Denali!
- Training vooraf: Zeer uitgebreid trainingsschema
- Pre-acclimatisatie: Uitleg over de inzet van hoogtetenten
Statistieken tonen aan dat de grootste boosdoener op de Denali het extreem wisselvallige weer is.Dat werd ook bevestigd door een eerdere expeditie naar de Denali, waarbij het georganiseerde team 10 dagen lang in het kamp op 4200 meter vast kwam te zitten. Na 10 dagen was er niet voldoende eten meer en moest het team zonder top weer afdalen.
Aan het weer valt gelukkig nog steeds niets te veranderen. Het is verstandiger om vooral energie te steken in zaken waar wél invloed op is. De enige manier om de topkansen bij slecht weer te maximaliseren, was zorgen voor een perfecte acclimatisatie.
- Je herstelt sneller en kunt sneller door naar het volgende kamp.
- Je bent fysiek sterker, kunt zwaardere rugzakken tillen en meer brandstof en eten meenemen.
- Hoe sneller je in het hoogste kamp bent, hoe groter het 'window' op een dag met goed weer voor een succesvolle toppoging!
Gelukkig bleek, op 1 persoon na, het hele team gemotiveerd om thuis met hulp van Altitude Dream 6 weken te acclimatiseren. Het team kwam supergoed geacclimatiseerd aan, nog voordat er een stap op de berg gezet was. Lees hier het blog over de voordelen van acclimatiseren.
Later zou blijken dat al deze keuzes enorm hielpen!
Start van de expeditie: Van Talkeetna naar de gletsjer
Maar goed, nu de expeditie zelf! Na de lange vlucht naar Anchorage en een logistiek dagje volgde een rit naar Talkeetna: een sfeervol dorpje dat aan een oude westernfilm deed denken. Daar was nog een volle dag nodig om alle spullen te pakken. Er ging voor 24 dagen eten en brandstof mee, dus dat was nogal wat gewicht. Het principe van 'go light, go fast' is op de Denali moeilijk toe te passen, want heel licht gaan betekent weinig eten meenemen. Bij slecht weer in het hoogste kamp kan er dan onverrichter zake weer naar huis worden gegaan. Het gevolg was dat er gestart werd met per persoon een slede van ca. 45 kg en een rugzak van ca. 30 kg.
Door een eerdere expeditie waarbij we als eerste Nederlanders de 'Matterhorn van Alaska', Mt. Huntington beklommen, was bekend dat de expeditie direct op dag 1 met een van de hoogtepunten startte. De vlucht waarbij er tussen de steile granieten bergtoppen met de grootste wächtes (sneeuwluifels) op aarde werd gevlogen, was simpelweg onvergetelijk. De opluchting was dan ook groot toen er na een volle dag wachten ergens in de avond alsnog een GO kwam! Het weer was onstuimig, maar de piloot bleek de meest ervaren piloot van Alaska te zijn. Hij 'propte' het kleine vliegtuigje door een klein gaatje in het wolkendek, waarna we vlak langs een steile wand scheerden. Kort daarna hobbelde en bobbelde de kist over de 'landingsbaan', oftewel de gletsjer. Expeditie geslaagd, zo voelde het nu al!
Zo, dat luchtte op! Vaak ging er door het wachten op goed weer al een dag of twee verloren om te kunnen vliegen, maar we lagen precies op schema. :)
Nachtelijke verplaatsingen op de gletsjer
Door de late aankomst en het nodige inpakwerk van de sledes liep de tijd inmiddels al richting de nacht. De nacht is daar een relatief begrip, want in de zomer wordt het niet donker in Alaska. Het voordeel van de nacht was wel dat het aanzienlijk kouder was en dat de gletsjer dus een stuk veiliger te begaan was. Dat kon geen kwaad, want daar zijn de grootste spleten op aarde te vinden!
Tot mijn grote verbazing gaven de Amerikaanse gidsen aan dat de tenten opgezet moesten worden. Het weerbericht zag er nog een nacht en de volgende ochtend goed uit, en daarna werd het slechter, dus het leek logisch om gebruik te maken van het goede weer. Er was twijfel over hoe dit gecommuniceerd moest worden met de Amerikaanse gidsen. Juridisch gezien hadden zij de verantwoordelijkheid, maar qua leeftijd en ervaring lag dat anders: de oudste lokale gids was 30, ik was 44 en het daarnaast veel meer en moeilijkere beklimmingen gedaan zoals bijvoorbeeld alle 82 vierduizenders van de Alpen en de Eiger noordwand.
Omdat we de gidsen nog niet zo goed kenden en we hun autoriteit naar de groep toe niet wilden ondermijnen, besloot ik om even 1-op-1 te overleggen met de hoofdgids, Alex. Hij gaf aan dat de eerste fysieke dag vaak zeer indrukwekkend is voor deelnemers en dat er vrijwel altijd 1 of 2 deelnemers alweer teruggestuurd worden. Vooral dat laatste leek nogal zuur, gezien het geld en de tijd die iedereen geïnvesteerd had, maar ik was er van overtuigd dat deze groep meer in zijn mars had.
De selectie vooraf was streng geweest qua ervaring: iedereen had al 1 of 2 zesduizenders beklommen en meerdere 4000'ers in de Alpen. Daarbij had iedereen de training heel serieus genomen en was iedereen perfect geacclimatiseerd. Daarmee liet Alex zich overtuigen om die nacht al te vertrekken.
Mentaal was het even schakelen om de hele nacht door te moeten trekken, maar iedereen begreep het en de motivatie in de groep was hoog! Qua slepen met gewicht was dit het zwaarste traject van de hele expeditie, maar na een lange, zware nacht kwam het team, sneller dan de meeste groepen, aan in kamp 1. De volgende dag was de opluchting nog groter, want er kon niet meer gevlogen worden en het weer was slecht. Groepen die ervoor gekozen hadden om direct na de landing te kamperen, zaten nu vast. Wij genoten van een welverdiende rustdag!
Tactische keuzes en tijdwinst tussen de kampen
Tijdens de rustdag werden er plannen gemaakt voor de rest van de expeditie. De lokale gidsen waren vooral bezig met niet te hard van stapel lopen, zodat de deelnemers fit bleven. Ze reageerden in al hun beslissingen behoorlijk defensief. Dat hoefde niet slecht te zijn, maar mijn gevoel zei dat dit team sterker was dan de meeste andere teams en dat een wat opportunistischer schema haalbaar was.
Ondertussen kon er genoten worden van de enorm indrukwekkende ambiance. Ons kamp lag in één van de meest vergletsjerde en indrukwekkende gebergtes ter wereld en de dimensies waren dan ook niet te bevatten. Vanaf het laagste kamp op ca. 2200 meter naar de top van Denali (6194 m) overbrug je 4000 hoogtemeters; dat is meer dan bij bergen zoals de Mount Everest en K2!
Normaal gesproken wordt er eerst een 'carry' (uitrusting slepen) gedaan naar een punt dat tussen 2 kampen ligt, waarna er weer wordt afgedaald naar een lager gelegen kamp. De dag erna volgt de verplaatsing naar het hoger gelegen kamp en pas op de 3e dag van dat traject wordt de 'carry' opgehaald. Zo duurt het 3 dagen om tot een kamp hoger te komen.
Alex liet zich overtuigen en er werd besloten dat tijdens de 'carry' bekeken zou worden hoe fit iedereen was. Ging het goed, dan zou de carry direct tot aan het volgende kamp gemaakt worden. De dag erna kon er dan daadwerkelijk verplaatst worden naar het volgende kamp, wat slechts 2 dagen per verplaatsing kostte in plaats van 3. Met 5 kampen scheelde dat 5 dagen, oftewel 5 extra potentiële topdagen boven op de reservedagen die al in het programma zaten.
De volgende dag bleek dat het team, mede dankzij de pre-acclimatisatie en de training met sledes, vrij makkelijk het tussenpunt van de carry kon overslaan. Er werd zelfs besloten om kamp 2 over te slaan en direct naar kamp 3 te klimmen: weer extra tijdwinst!
Hierdoor werd al na 7 dagen 14K Camp bereikt (14.000 voet, oftewel ca. 4300 meter). 14K Camp is het meest aangename kamp, omdat het behoorlijk beschut ligt tegen de wind. Daarnaast hangt er op de Denali vaak een wolkendek rond de 3500 meter. Kamp 3 ligt daar nog onder en 14K Camp ligt er boven, waar de zon het aangenaam maakt.
Maar de grootste winst van deze vroege aankomst was dat er nu nog enorm veel reservedagen en dus kansen op de top over waren! Vanaf 14K Camp is er normaal gesproken nog 1 acclimatisatieronde naar High Camp op ca. 5300 meter nodig en 1 of 2 rustdagen voordat er een toppoging ondernomen kan worden. Dat betekende dat er na aankomst in High Camp in theorie nog 12 dagen slecht weer uitgezeten konden worden.
Het resultaat van deze tactische beslissing:
- Binnen 7 dagen stonden we al in 14K Camp (ca. 4300 meter).
- We wonnen hiermee 5 volle dagen.
- Er bleven maar liefst 12 reservedagen over in High Camp voor het afwachten van een goed weer-window voor de toppoging!
De keuze om streng te zijn in het selecteren van de deelnemers en ervoor te zorgen dat iedereen extreem fit en geacclimatiseerd was, betaalde zich dus uit!
Risicomanagement op Squirrel Hill en Windy Corner
Wat ook energie gaf, was dat er inmiddels 2 lastigere passages achter de rug lagen: Squirrel Hill en Windy Corner zijn lange traverses die met name door de zware sledes behoorlijk uitdagend zijn. Vallen of uitglijden is hier geen optie... Vanwege de gletsjerspleten móést de groep aan het touw, maar de lasten waren zo zwaar dat een val van één persoon het hele team mee zou trekken. Het was dus kiezen tussen twee kwaden:
- Wel aan het touw: Veilig tegen een val in een diepe gletsjerspleet, maar risico dat een vallende klimmer de hele groep meetrekt op de steile flank.
- Niet aan het touw: Geen risico op meegesleurd worden, maar gevaarlijk bij gletsjerspleten.
De meeste deelnemers hadden een goede stijgijzertechniek en er lag een uitzonderlijk goed spoor, waardoor de kans op uitglijden klein was. Er werd dus gekozen voor het touw. Meer weten over risicomanagement in de bergen? Check hier mijn Tedtalk over hoe ik aan risicomanagement deed op K2.
Coachen op 4300 meter: Iedereen mee naar de top
In 14K Camp was nog wat tijd nodig om te acclimatiseren en te rusten. Die tijd werd gevuld met extra training in het werken met een jumar en hoe er met dikke wanten efficiënt en snel in en uit een karabiner geklikt wordt. Dat lijkt niet zo moeilijk, maar met de dikste wanten en een mogelijke gevoelstemperatuur tot -50 °C bij de toppoging kan het trainen van dit soort kleine skills het verschil maken tussen wel of geen bevriezingen aan de handen.
De volgende dag was het weer behoorlijk slecht. Dat kwam toevallig goed uit, want er stond toch al een rustdag op de planning. Daarna zag het weer er goed uit. Het terrein was zo steil dat de sledes niet meer mee konden, dus de rugzakken waren met ca. 30 kg behoorlijk zwaar!
De meeste deelnemers hadden geen problemen met de vaste touwen, maar één deelnemer liep soms flink te klooien met zijn jumar en het omklikken van de karabiners. Zijn stijgijzertechniek was ook wat minder dan gehoopt en dat was, zeker met het oog op de toppoging, toch wel een probleem. De Amerikaanse gidsen gaven aan dat ze het niet zagen zitten om met hem een toppoging te doen, een punt dat heel begrijpelijk was.
Na wat moeilijke gesprekken waarin alle zeilen bijgezet moesten worden om duidelijk te maken waarom een goede stijgijzertechniek zo belangrijk is, en waarom meerdere keren vallen gewoon geen optie is, bleek de boodschap dan toch binnen te komen. Het komt uiteraard hard aan als je na zo'n investering in geld, tijd en training te horen krijgt dat een toppoging misschien niet verstandig is, maar in de bergen moeten soms harde keuzes gemaakt worden.
Omdat het voor mij erg vervelend voelde om een deelnemer achter te moeten laten in het kamp, bedacht ik dat de enige mogelijkheid om hem toch noch een kans op een toppoging te geven, extra stijgijzertraining was.. Het terrein rond het kamp was er eigenlijk niet geschikt voor, maar op de zelfgebouwde sneeuwmuren rondom de tenten kon ik hem toch nog een hoop nieuwe technieken bijbrengen. Ook de lokale gidsen lieten zich overtuigen dat zijn vooruitgang zodanig was dat hij alsnog mee kon. Dat zorgde voor een enorme opluchting: alsnog met het hele team een toppoging!
De toppoging op de Denali
Een onderdeel dat bij de toppoging nochal eens onderschat wordt, is de indeling van de touwgroepen. Het klinkt logisch om de snelle deelnemers bij andere snelle deelnemers in de touwgroep in te delen en bij de minder snelle deelnemers hetzelfde te doen. Met name bij een groot verschil tussen snelle en minder snelle deelnemers biedt dat een enorme kans om optimaal gebruik te maken van het gidsenteam.
Bij een eerdere expeditie naar Mt. Vinson maakte dat voor 3 van de 5 deelnemers het verschil tussen het wel en niet halen van de top. Met name als er deelnemers (nét) niet fit genoeg zijn om de top te halen, maakt het veel uit. De snelste touwgroep op Mt. Vinson stond destijds ca. 1,5 uur eerder op de top dan de langzamere touwgroep. Er was 1 zeer fitte, maar niet al te snelle deelnemer 'aan het touw' en de andere deelnemer had zichzelf te veel gepusht. Voor de afdaling had hij nog nét voldoende energie, maar op een gegeven moment werd duidelijk dat hij de top niet ging halen.
In samenspraak met Lukas, de andere gids, was dit al een beetje voorzien. Daarom werd besloten dat er heel rustig en gestaag doorgeklommen zou worden totdat Lukas in de afdaling weer gecontroleerd tegengekomen kon worden. Ongeveer 40 minuten onder de top vond de ontmoeting plaats en kon Lukas de uitgeputte deelnemer meenemen om af te dalen. Natuurlijk enorm zuur, maar de deelnemer die wél fit was, haalde daardoor wel de top! Als de indeling van de touwgroepen anders gemaakt was, hadden waarschijnlijk maar 3 van de 7 deelnemers de top gehaald. Nu stonden er 5 deelnemers op de top! Lees hier het blog over de beklimming van Mt Vinson.
Op de Denali was het plan om die tactiek ook toe te passen. Een van de zwaarste momenten tijdens een expeditie blijft altijd de ochtend voordat de toppoging start. De start was vanuit High Camp op 5300 meter, waar het vroeg in de ochtend vaak nog rond de -25 graden was. Daar keek iedereen vanuit de warme slaapzak enorm tegen op. De crux bij het vertrek was om alle deelnemers tegelijkertijd gereed te hebben staan, want met deze kou wilde niemand dat een deel van het team een halfuur eerder dan de anderen de tenten en slaapzakken al ingepakt had. De avond van tevoren kreeg iedereen duidelijke instructies over welke uitrusting mee moest. De thermosfles ging in de rugzak en de geïsoleerde waterflessen gingen in de zakken van het donspak. Er werd gestart met de dikste handschoenen. De wanten gingen mee, maar niet aan. Verder ging alle kleding aan die beschikbaar was; uittrekken kon altijd nog!
Direct na het kamp lag de technische crux van de toppoging: de Autobahn. In de Alpen zou deze flank niet zo moeilijk zijn, maar op deze hoogte en met deze kou lag dat anders. De komende 2 uur werd er getraverseerd over een 45 graden steile sneeuw-/ijsflank. In de Alpen zou dat terrein, bij deze sneeuwcondities, vrijwel altijd 'aan kort touw' gegidst worden. Er lag een perfect spoor, maar door de hoogte voelde ik mij ook minder sterk dan in de Alpen en je moet fit zijn om als gids een val aan kort touw te kunnen houden. De aanwezigheid van sneeuwankers die de lokale gidsen iedere 20 meter gemaakt hadden, was dan ook een uitkomst, waardoor er aan 'lopende zekering' geklommen kon worden.
Dit deel was het koudste deel van de tocht, omdat er 's ochtends geen zon kwam. Opgelucht werd met de eerste 2 deelnemers, sneller dan andere teams, Denali Pass op 5550 meter bereikt. Er staat voor de hele toppoging en afdaling 12-18 uur, maar de hoop was er om het sneller te doen.
De andere touwgroepen van de expeditie lagen nog flink ver achter. Via de radio werd duidelijk dat iedereen fit was, dus dat was goed nieuws voor de tactiek zoals die op Mt. Vinson gebruikt was. Ook de langzamere touwgroepen leken snel en fit genoeg voor een succesvolle toppoging, dus doorklimmen lag voor de hand. Tot mijn grote verbazing wilde Alex echter wachten tot de andere groepen aansloten. Begrijpelijk dat hij het team bij elkaar wilde houden, maar het weer was perfect, het waaide niet en bij een incident met de lagere touwgroepen waren Alex en de rest binnen 15 minuten ter plaatse.
Alex wilde echter perse wachten, waardoor we 45 minuten moesten wachten tot de rest aansloot. De Amerikaanse gidsen waren op alle fronten aanzienlijk defensiever in het nemen van beslissingen. Defensief gidsen is prima, maar het leek er soms op dat ze meer bezig waren met het indekken van hun aansprakelijkheid dan met het bepalen van de optimale verhouding tussen veiligheid en de kansen op de top.
Het was koud, maar door het gebrek aan wind was het prima te doen om zo lang te wachten. Bovendien leek het weer goed te blijven voor de rest van de dag, dus werd besloten met de Amerikaanse gidsen mee te bewegen.
Na een kort praatje met de laatste touwgroepen durfde Alex het aan om alle touwgroepen in hun eigen ritme te laten klimmen en dat was heerlijk! De groep kwam in een fijn ritme en het terrein werd steeds mooier. Vanaf de graat was er links en rechts een prachtig uitzicht en de kampen van de eerdere overnachtingen waren diep onderin te zien. Na de Zebra Rocks werd het terrein vlakker en iedere 1 tot 1,5 uur werd er een pauze ingelast.
Volgens het weerbericht was er die dag nog een kleine kans op onweer, wat heel ongebruikelijk is op deze hoogte. Iedere pauze had ik overleg met Alex of omdraaien nodig was. Er waren inderdaad flinke Cumulus Congestus- en Cumulonimbuswolken te zien die duidden op onweer, maar ze vormden zich allemaal ver weg, dus de klim ging door!
Bij een kort praatje met de deelnemers bleek dat iedereen zich goed voelde. Iedereen praatte makkelijk en zelfs op 5800 meter werd er nog goed gegeten: een teken dat iedereen heel goed geacclimatiseerd was!
Op het Football Field werd een klein stukje afgedaald, wat heerlijk was voor de benen. Pig Hill vormde dan het laatste steile stuk om vervolgens op de topgraat uit te komen, en die was waanzinnig! Het gevoel overheerste dat de top nu niet meer te ontlopen was. Het uitzicht was enorm indrukwekkend met overhangende sneeuwluifels van misschien wel 20 meter. Rechts was er 4000 meter zicht naar beneden naar de kampen en de 'airport' van de landing.
Ontlading op de topgraat
Op de top was de ontlading enorm. Zeker de helft van de deelnemers pinkte hier en daar wel een traantje weg en dat gaf een enorme boost! Voor dat soort intense momenten doe je dit werk: herinneringen maken die mensen over 30 jaar nog bijstaan! En wat het nog mooier maakte: we stonden met het HÉLE team op de top en die prestatie was ongekend. Bovendien deden we er van het kamp naar de top en weer retour maar 10 uur over in plaats van de gebruikelijke 12 - 18 uur én stonden we na 14 dagen al op de top! Een bewijs dat onze perfecte voorbereiding, acclimatisatie en slimme tactische keuzes zich uitbetaalde. Dit had niemand gedacht, zeker niet toen Alex eerder vertelde dat er bij 95% van zijn teams op dag 1 of 2 al mensen teruggebracht worden...
Kort na onze toppoging
Conclusie: Een onvergetelijk avontuur
In the end was iedereen superblij met het lokale gidsenteam. Ondanks dat ze wat té defensief waren in hun beslissingen, stonden ze open voor mijn suggesties en tactische aanpassingen en bogen ze vaak mee, waardoor er meestal een mooi compromis uitkwam. Bovendien werkten ze keihard en waren ze heel gezellig, sympathiek en aimabel!
Vanaf de top speurde ik naar de herinnering aan de beklimming van Mt. Huntington. Destijds voelde die berg best zwaar en hoog aan, maar nu keken we 2400 meter omlaag naar de top van 3800 meter. Het kostte een kwartier speuren voordat het juiste topje ontdekt werd.
Het weer was perfect en er werd uitgebreid de tijd genomen om foto's te maken, goed te eten en te drinken voor de afdaling. Want de afdaling blijft immers de crux van iedere berg!
Alle foto's in dit blog zijn gemaakt door de gidsen en de deelnemers van de expeditie: Jackson, Alex, Youri Haast, Pieter Liagre, Ruud van Dillen, Vincent de Caluwe, Met dank aan het hele team voor de visuele vastlegging van onze reis!